De horeca, de bakkers, de slagers, iedereen lijkt plots grote fan van de flexi-jobs. Iedereen, behalve de vakbonden. ‘Op zich is er niets mis mee’, zegt arbeidseconoom Stijn Baert (UGent). ‘Maar op lange termijn kan het de ongelijkheid op de arbeidsmarkt vergroten.’

“Na 3 weken al 2.000 flexi-jobs!”, juichte Open Vld gisterochtend op Twitter. In De Tijd: ‘Ook bakkers en slagers eisen voordelige flexi-jobs.’ Want, zo argumenteert de Landsbond der Beenhouwers, “van 15 euro per uur houdt een flexi-jobber 12 euro netto over. Bij ons slechts 7 euro”, en dat is oneerlijk. De bakkers en slagers willen bijgevolg een uitbreiding van het speciale regime voor de horeca naar hun sectoren.

Zijn er dan echt alleen maar voordelen aan het nieuwe wonderregime? Een doorlichting in vijf vragen.

1 Wat is een flexi-job juist?

De flexi-job is een nieuw statuut dat de regering-Michel in het leven geroepen heeft en dat in werking getreden is op 1 december. Het statuut is voorlopig alleen nog maar geldig voor de horeca, mogelijk zal de regering het systeem na evaluatie op langere termijn ook uitbreiden naar andere sectoren.

De flexi-job betekent ook een tegemoetkoming aan de horecasector na de invoer van de witte kassa die zwartwerk moet tegengaan. Om personeel toch betaalbaar te houden, zonder dat het in het zwart betaald moet worden, kwam de regering met dit alternatief. Er zijn voor de werkgever dan ook behoorlijk wat voordelen aan verbonden. Het inhuren van een flexi-kracht kan op zeer korte termijn, zonder enige verbintenis op langere termijn, en bovendien tegen een voordelig tarief. De werkgever betaalt enkel een RSZ-bijdrage van 25 procent.

2 De werkgevers zijn dus blij, maar is de werknemer er ook iets mee?

Het loon van de flexi-jobber is gegarandeerd op minimaal 9,5 euro netto per uur. Maar het grootste voordeel is dat hij onbelast kan bijverdienen. Bovendien bouwt hij tegelijkertijd sociale rechten voor bijvoorbeeld zijn pensioen en eventuele werkloosheid.

Daartegenover staat een groot nadeel. De werknemer heeft in een flexi-job geen enkele werkzekerheid. Wie dus op de job rekent om een karig loon aan te vullen en zo het hoofd boven water te houden, heeft geen enkele garantie dat hij op maandbasis aan genoeg uren zal geraken.

3 Komt u in aanmerking als flexi-jobber?

Iedereen kan een flexi-job aannemen, op voorwaarde dat u daarmee blijklust bovenop uw vaste job. Als bewijs moet u daarvoor kunnen voorleggen dat u drie kwartalen geleden minstens een 4/5de contract had in vast dienstverband. Stel

dat u in januari 2016 aan de slag wil gaan, dan moet u dus in het tweede kwartaal van 2015 aan de slag geweest zijn.

Een grote en bijzondere maar: vast horecapersoneel komt niet in aanmerking. De flexi-jobs zijn expliciet bedoeld voor mensen uit andere sectoren zoals pakweg het onderwijs, de bouw of de industrie die na hun uren of in het weekend een extraatje willen verdienen. Voor het vaste horecapersoneel bedacht de regering een ander cadeautje: zij mogen voortaan dubbel zoveel goedkope overuren kloppen waarbij hun brutoloon gelijk is aan de nettovergoeding.

4 Riskeert de flexi-job niet de nieuwe dienstencheque te worden?

Nee, omdat de flexi-job in tegenstelling tot de dienstencheque niet steunt op een subsidiesysteem. Het risico dat het nieuwe statuut onbetaalbaar blijkt te zijn, is niet zo groot. De loonkosten worden namelijk volledig door de werkgever betaald, de staat past niets bij.

Ja, omdat het principe erachter wel heel gelijkaardig is. De overheid grijpt in omdat ze wil vermijden dat bepaalde jobs ofwel zullen verdwijnen ofwel tot zwartwerk gedoemd blijven omdat ze niet betaalbaar zijn. De hamvraag daarbij – die overigens ook binnen de meerderheid gesteld wordt – is of dit wel een adequaat antwoord is op dat probleem. Want hoe je het ook draait of keert, de flexi-job is ook een stoplap die de fundamentele beperkingen van ons arbeidsmarktsysteem moet proberen te verdoezelen.

5 Zijn er nog meer nadelen?

De vakbonden vrezen onder meer dat de flexi-jobs zo aantrekkelijk zijn, dat de horeca geneigd zal zijn om minder vast personeel aan te trekken. De drie grote vakbonden bekijken momenteel dan ook juridisch of dat ze naar het Grondwettelijk Hof zullen stappen.

Ongelijkheid is ook een bezorgdheid van arbeidseconoom Stijn Baert (UGent). “Op zich zijn de flexi-jobs complementair met onze rigide arbeidsmarkt, met voldoende voordelen voor zowel werknemers als werkgevers.”

Toch is er een gevaar, stelt Baert. De arbeidsmarkt valt namelijk op te delen in de goede jobs, gekenmerkt door onder meer een hoge werkzekerheid, en de minder goede jobs, die veel volatieler zijn, zoals interimarbeid. “De kans is reëel dat vooral minder hoogopgeleiden en werknemers met een migratieachtergrond in de richting van deze jobs geduwd zullen worden, terwijl zij anders misschien meer kans maakten op een zogenaamde goede job. Als dat uitkomt, dan zal dat de ongelijkheid op de arbeidsmarkt vergroten.”